Meest gestelde vragen

Klik op een vraag om het antwoord te weten.

Hoe werkt deze markplaats?

Boscompenseren.be is de marktplaats van Vlaanderen waar partijen die bos moeten compenseren in contact kunnen komen met bebossers. Werk samen aan uw boscompensatie in natura.

 

  • U biedt te bebossen gronden aan

Via de knop `ik heb grond` kunt u de gegevens en vraagprijs (bijv. € 3,00,-/m²) van de door u voor boscompensatie aan te wenden gronden invoeren. Vervolgens wordt u gevraagd te registreren op de marktplaats zodat geïnteresseerden (partijen die in samenwerking met u willen compenseren) contact met u kunnen opnemen. Het is vervolgens aan beide partijen om de nodige afspraken over o.a. de prijs per m² te maken.

 

  • U zoekt aanbieders om boscompensatie in natura te verwezenlijken

Via de knop `ik zoek grond` komt u op de overzichtspagina. Hier vindt u alle partijen die te bebossen gronden voor boscompensatie aanbieden. Neem contact op met de aanbieder die uw voorkeur geniet en maak de nodige afspraken. Boscompenseren.be biedt handige documenten, zoals een voorbeeldovereenkomst, zodat het proces zo gemakkelijk mogelijk wordt.

Als u een akkoord heeft bereikt, kunt u het formulier dat hoort bij de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing samen invullen en dat bij de gemeente waar de ontbossing plaatsvindt indienen. U ontvangt vanuit de gemeente bericht over de vergunning en het boscompensatievoorstel.
 

Het is een heel gemakkelijk systeem, waarbij ontbosser en bebosser volledig zelfstandig afspraken maken. Het ANB speelt geen actieve rol als bemiddelaar.

Kan ik mijn perceel aanwenden als grond voor boscompensatie?

Het ligt voor de hand dat deze terreinen nog niet bebost mogen zijn. Evenmin mag het gaan om terreinen die al bebost of herbebost moeten worden als gevolg van een vroeger aangegane verbintenis of een gerechtelijke beslissing.

Een compenserende bebossing mag bovendien conform het wetgevend kader enkel uitgevoerd worden in volgende bestemmingen volgens het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan: groengebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidingsgebied, natuurontwikkelingsgebied, recreatiegebied, agrarisch gebied in de ruime zin, of gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen of een met een van die zones vergelijkbaar gebied. Woon- of industriegebied komen niet in aanmerking voor het aanleggen van een compenserende bebossing.

Ook is boscompensatie niet cummuleerbaar met subsidies voor bebossing: percelen waarvoor een subsidie voor de bebossing aangevraagd of verkregen wordt, komen niet in aanmerking.

Voor bebossingen in de gewestplanbestemming landbouw is toestemming van het betreffende gemeentebestuur nodig. In groengebieden kan er in het kader van het Natuurdecreet een vergunning nodig zijn. Zie 'regelgeving' voor meer informatie.

Moet ik vergunningen en/of toelatingen aanvragen om te bebossen?

Naar gelang van de ruimtelijke bestemming van het te bebossen terrein zijn verschillende vergunningen en adviezen noodzakelijk, vooraleer tot een bebossing mag worden overgegaan:

 

  • In het kader van het Veldwetboek en het Bosdecreet

Vergunning van het college van burgemeester en schepenen: deze vergunning is vereist voor bebossing in agrarisch gebied, vallei- of brongebied, en wordt zowel door privé-personen als door openbare besturen aangevraagd. De gemeente moet wel voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het advies inwinnen van de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (Vlaamse Overheid). Zie voorbeeld aanvraagformulier bebossen landbouwgrond.

 

  • In het kader van het Natuurdecreet

Bij bebossing van percelen in groengebieden (bos, natuur enzovoort) wordt aangeraden op voorhand contact op te nemen met de provinciale afdeling van het Agentschap voor Natuur en Bos. Het agentschap kan beoordelen in hoeverre bebossing van de gronden kan worden toegestaan. Het kan namelijk gaan om bestaande vegetaties die verboden te wijzigen zijn. Een nieuw bos mag andere zeldzame biotopen of natuurwaarden niet vernietigen. Om een bos te planten op een heideterrein, een moerasvegetatie, een bloemenrijk hooiland (officieel "historisch permanent grasland"), een hoogstamboomgaard, een landschap met hagen, houtkanten of knotbomen, is er dan ook een vergunning voor het wijzigen van de vegetatie of kleine landschapselementen  nodig. Deze vergunning dient aangevraagd te worden bij de gemeente(n) waar de  te bebossen percelen zijn gelegen.

Voor bebossingen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) dient u een ontheffing aan te vragen van het VEN-verbod voor het wijzigen van vegetaties. Om na te gaan of het betrokken perceel in VEN gelegen is, kan u Geopunt raadplegen. Een formulier om een ontheffing van de VEN-verboden aan te vragen kan u hier downloaden.

 

  • In het kader van het decreet onroerend Erfgoed (vanaf 01/01/2015)

Vanaf 01/01/2015 is een toelating van het Agentschap Onroerend Erfgoed vereist indien er bepaalde werken gepaard gaan met de bebossing (vb. wegenaanleg of plaatsen van afsluitingen) in een beschermd cultuurhistorisch landschap of indien de bebossing gebeurt in een beschermde archeologische site Deze toelating dient op voorhand aangevraagd bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Indien er vergunningen of toelatingen vereist zijn volgens het Bosdecreet of het Natuurdecreet dan is geen extra toelating vereist vanuit Onroerend Erfgoed, en zal het Agentschap of de vergunningverlenende overheid voor wat betreft de natuurvergunning via een adviesvraag het Agentschap Onroerend Erfgoed contacteren.

Wanneer dus  een vergunning volgens het veldwetboek nodig is, dan dient de initiatiefnemer  de toelating te vragen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.   Wanneer bij het Agentschap voor Natuur en Bos een ontheffing van de verbodsbepalingen tot het wijzigen van vegetatie of een ontheffing van de VEN-verboden wordt aangevraagd, dan zal het agentschap zelf het advies van Agentschap Onroerend Erfgoed moeten aanvragen. Wanneer er voor de bebossing geen vergunning of ontheffing nodig is, moet de aanvrager zelf de toestemming vragen aan Agentschap Onroerend Erfgoed.

Mag ik kiezen voor spontane verbossing?

U kan zowel kiezen voor een aanplanting als voor een spontane verbossing. Kiezen voor een spontane verbossing zal uiteraard veeleer een streekeigen inheems bos geven. Het zal de bebosser ook financieel voordeel opleveren, aangezien geen plantgoed noch plantkosten dienen gemaakt te worden. Echter is de slaagkans afhankelijk van een aantal factoren, in het bijzonder de aanwezigheid van inheemse streekeigen zaadbomen op korte afstand en het voormalig gebruik van het te bebossen perceel.

Enkele voorbeelden:

  • De kans dat een spontane verbossing optreedt op een rijk bemest weiland is beperkt: de grasmat zal immers verbossing sterk verhinderen.
  • Bepaalde boomsoorten zijn invasief. Indien er zich in de nabijheid van het te bebossen perceel zowel een bestand van zomereik als een bestand van Amerikaanse eik bevindt, is de kans groot dat zich vnl. Amerikaanse eik (uitheemse soort) zal verjongen. De ecologische meerwaarde is dan gering. In deze gevallen opteert men beter voor een aanplanting.

Het is wel zo dat de percelen minimaal worden gevrijwaard moeten worden tegen alle actief ontbossende invloeden (zoals begrazing en maaibeheer).

In het kader van een stedenbouwkundige vergunning en dus het boscompensatievoorstel, zal het Agentschap voor Natuur en Bos de kansen op natuurlijke vestiging door gewenste bosplanten inschatten.

Hoe bebos ik (soortenkeuze en plantwijze)?

U kan kiezen voor een spontane vebossing of voor een aanplanting. Indien de kans op spontane verbossing beperkt is(zie vraag 'mag ik kiezen voor spontane verbossing'), dient u een aanplanting uit te voeren.

Voor de juiste keuze van boomsoorten is een terreinbezoek en onderzoek noodzakelijk. Dit is immers sterk afhankelijk van de lokale grond- en oppervlaktewaterstand, de bodemsoort en andere factoren die lokaal een invloed kunnen hebben. Als u meerdere boomsoorten wenst te mengen, dan plant u elke soort best in groepen en dus niet kriskras door elkaar. Sommige boomsoorten hebben immers een snellere jeugdgroei dan anderen en zouden de andere soorten wegconcurreren.

 

De boomsoortenkeuze staat in principe vrij, mits men rekening houdt met standstillprincipe: Een ontbossing van inheems bos kan enkel gecompenseerd worden door een bebossing met inheemse soorten. Populier en naaldhout kan in principe wel gecompenseerd worden door een aanplanting van resp. populier en naaldhout. Zeer concurrentiekrachtige uitheemse soorten (als Amerikaanse eik, Douglas en Robinia) worden echter niet toegestaan, dit omwille van hun invasief karakter. Uiteraard geeft het Agentschap voor Natuur en Bos voorkeur aan inheemse, streekeigen bomen en struiken. De keuze voor de juiste boom- of struiksoort is afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden zoals licht, vochtigheid en voedselrijkdom. De aanplanting gebeurt doorgaans in een plantverband van maximaal 2 x 2,5 m. Het plantgoed heeft een minimum plantmaat van 60/80. Afhankelijk van de bestaande vegetatie op het perceel (bv. massale bramengroei), kan men beter opteren voor grotere plantmaten.

 

Aan de rand(en) kan men een bosrand aanplanten. Een bosrand bestaat idealiter uit een zoom en een mantel. De zoom is een zone met ruigtekruiden. Deze zone is ten minste 1 meter breed en kan een hoogte bereiken van 1,5 meter. De mantel bestaat uit struikgewas en minimaal zo'n twee meter breed. De mantel kan een hoogte bereiken van tien meter. Na de mantel volgt in de overgang van open terrein naar het eigenlijke bos. Bosranden kennen doorgaans een grote biodiversiteit net zoals vele andere natuurlijke gradiënten: de mantel vormt een habitat voor vogels, de zoom zorgt voor schuilgelegenheid en voedsel voor vlinders en insecten.


ls de wilddruk op het perceel te hoog is, kan men overwegen om wildbescherming (raster, individuele boomkokers, enz.) aan te brengen.

Planten doet men tussen begin november en eind maart en bij regenachtig weer en bij positieve dagtemperaturen. Een aanplanting in november en december blijkt doorgaans beter aan te slaan. De plantenwortels mogen niet opdrogen. Dit is de reden waarom plantgoed het best wordt ingekuild op het terrein. Bij het vervoeren van plantgoed in een aanhangwagen moeten de wortels worden afgedekt met een doek of zeil.

Na de aanplanting van nieuwe bomen moeten de jonge boompjes nog enkele jaren beschermd worden tegen opschietende bramen of distels.

Indien er meer dan 10 procent van de aanplant sneuvelt, moet de boseigenaar inboeten (= herplanten met bosgoed waar afgestorven). Na enkele jaren zullen de jonge boompjes goed beginnen te groeien.

Iedere boseigenaar kan voor advies bij aanplanting van bos vrijblijvend een beroep doen op de bosgroep van zijn streek. Het Agentschap voor Natuur en Bos adviseert u om contact op te nemen met deze Bosgroep voor eventuele assistentie bij de keuze van de boomsoorten.

 

Is iedere plek geschikt om te bebossen?

In principe is vrijwel elke grond geschikt om te bebossen. Echter zal u steeds rekening moeten houden met een aantal voorwaarden. Op www.bomenwijzer.be kan je snel de juiste bomen vinden voor een bepaalde standplaats.

Enkele voorbeelden:   

  • De bodemgesteldheid van de te bebossen locatie is van groot belang. Als je bijvoorbeeld een nat perceel wenst te bebossen, zal je met aangepaste boomsoorten moeten werken. Anderzijds zal je op een zanderig perceel dan wellicht eerder droogteminnende soorten moeten aanplanten.
  • In een leembodem zal je uiteraard ook andere soorten moeten aanplanten dan in zand- of kleibodems.
  • Indien je in de kuststreek een bos wenst aan te planten, kan je best opteren voor zoutverdragende bosboomsoorten.
  • Sommige natuurwaardes blijven altijd unieker naar ecologie toe. Als je in zo’n geval een toelating tot bebossing aanvraagt (zie bovenstaande vragen), dan zal deze wellicht geweigerd worden.

Indien je vragen hebt welke boomsoorten je best gebruikt, kan je een beroep doen op je lokale bosgroep.

Wat zijn de voordelen van een compenserende bebossing in natura?

De compenserende bebossing in natura via een derde heeft uiteraard voor de bebosser een financieel voordeel. Indien een ontbosser wenst te kiezen voor de financiële boscompensatie, vraagt  de Vlaamse overheid 3,50 euro per m², hetzij  35.000 euro per hectare. Met dat bedrag zal de Vlaamse overheid dan zelf een compenserende bebossing uitvoeren op gronden die daarvoor worden verworven. Als de bebosser zijn aanplanting laat subsidiëren, zal hij ongeveer een vierde van dit bedrag ontvangen.

Het is aannemelijk dat de ontbosser aan de bebosser die wenst op te treden als ‘compenserende derde’ een lagere prijs dan 3,50 euro per m² betaalt. Dat is afhankelijk van de vraagprijs van de bebosser en de afspraken die u samen maakt. Ook zal de ontbosser effectief op terrein kunnen zien dat zijn ontbossing in natura gecompenseerd werd. Zo draagt u als ontbossende partij onmiddellijk bij aan een evenwichtige bosbalans.

Wanneer is sprake van een bos?

Het Bosdecreet definieert bossen als "grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren ...". Een bos heeft veelal dan ook een in meer of mindere mate ontwikkelde boom-, struik-, kruid- en moslaag.

Volgende specifieke gevallen vallen ook nog steeds onder toepassing van het Bosdecreet, alhoewel ze visueel niet meer beschikken over de hogervermelde boom-, struik-, kruid- en moslaag:

  • Kapvlaktes voorheen met bos bezet, uitgevoerd in kader van een reguliere kapmachtiging of goedgekeurd beheerplan
  • Bestendig bosvrije oppervlakten gekend als ‘open plekken binnen bos’ en recreatieve zones binnen bos (vb. lig- en speelweiden);
  • Bosvrije oppervlakten die op basis van informatiebronnen (zoals luchtfoto's, biologische waarderingskaart, boskartering enz.) tot een recent moment als bos dienden beschouwd te worden, maar waar tot op heden geen reguliere stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing werd verleend. Het gaat hier om onvergunde kappingen en/of ontbossingen. Een regularisatie van ontbossing en/of herbebossing is noodzakelijk.

In geval van twijfel over het al dan niet van toepassing zijn van het Bosdecreet kunt u contact opnemen met de entiteit AVES.

Wanneer spreken we van ontbossing?

Als het bos permanent verdwijnt en aan de grond een ander gebruik wordt gegeven, spreken we van een ontbossing.

Enkele voorbeelden om dit te verduidelijken:

  • Als u een woning bouwt in een bos en daarvoor bosvegetatie verwijderd, is sprake van ontbossing. Ook de tuininrichting zoals sierstruiken en gazon, wordt als ontbossing beschouwd.
  • U behoudt slechts enkele bomen. Een boom hier en daar of een groepje bomen op uw perceel vormen geen bos meer. We spreken dan van bomen in een tuin. Een bos bestaat naast bomen immers ook uit een natuurlijke struik-, kruid- en bodemlaag. In een tuin krijgen deze geen kans.
  • Een tuinhuisje, schommel, kippenren enz. in het bos bouwen is een ontbossing. Constructies plaatsen of dieren houden in een bos is verboden cfr. het Bosdecreet. De bomen, kruid- en/of struiklaag worden hierdoor beschadigd, vertrappeld of aangevreten.Dieren houden in het bos in te grote dichtheden kan leiden tot  ontbossing, omdat hierdoor de bosvegetatie verdwijnt tengevolge van begrazing en intensieve betreding.

Als u echter enkel beheerswerken uitvoert die het bosbestand economisch of ecologisch optimaliseren, dan is dit geen ontbossing maar regulier bosbeheer. Na uitvoeren van de beheerswerken zal het bos nog steeds aanwezig zijn, zij het dan met een gewijzigd uitzicht. Voor regulier bosbeheer dient u een kapmachtiging aan te vragen of neemt u de geplande beheerswerken op in een bosbeheerplan : boscompensatie is hier niet aan de orde.

Mag ik overal (bestemming) ontbossen?

In Vlaanderen bedraagt de totale bosoppervlakte volgens de recentste Boswijzer 185.686 ha. Dat komt overeen met een bosindex (= aandeel van de totale landoppervlakte van het Vlaamse Gewest) van 13,78 %. Hiermee is Vlaanderen één van de bosarmste streken in Europa. Om ons bos zo goed mogelijk te bewaren en te beschermen, en om ervoor te zorgen dat het kostbare bosareaal niet verder afneemt, heeft de Vlaamse Overheid de ontbossing aan een strenge regeling onderworpen.

Die regeling bevat drie grote principes:
1. Ontbossing is verboden, tenzij anders is bepaald in het Bosdecreet van 13 juni 1990.
2. Als ontbossing niet verboden is, dan is een stedenbouwkundige vergunning vereist.
3. Een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing of een verkavelingsvergunning voor beboste gronden kan niet verleend worden zonder compensatie.

In principe is ontbossen verboden in Vlaanderen, maar er gelden vier uitzonderingen op het ontbossingsverbod:

  • met het oog op de uitvoering van handelingen van algemeen belang;
  • in zones met de bestemming woongebied (in de ruime zin) en industriegebied (in de ruime zin) of in een met die zones gelijk te stellen ruimtelijke bestemming. Hiertoe dient men naar de bestemmingsvoorschriften van het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan te kijken;
  • op de uitvoerbare delen van een niet-vervallen vergunde verkaveling;
  • in functie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen, opgemaakt voor speciale beschermingszones (SBZ’s) of voor beschermde soorten op grond van het Natuurdecreet en indien opgenomen in een goedgekeurd bosbeheerplan. Deze bepaling heeft pas uitwerking nadat de instandhoudingsdoelstellingen per SBZ bij besluit vastgesteld zijn.

    Buiten deze vier situaties geldt er nog steeds een ontbossingsverbod.

    Daarnaast zijn er enkele uitzonderingen waarbij geen stedenbouwkundige vergunning tot ontbossen vereist is :
  1. Bossen gelegen in natuurreservaten volgens het Natuurdecreet en waarvan de ontbossing vermeld staat in het goedgekeurd beheerplan. Voor beheerplannen goedgekeurd na 1 januari 2009 mag de ontbossing enkel gebeuren indien deze ten voordele is het behoud, herstel of de ontwikkeling van Europees te beschermen habitats (bijlage I van het Natuurdecreet) of Europees te beschermen soorten (bijlage II, III of IV van het Natuurdecreet). Deze ontbossingen moeten wel gemeld worden door de beheerder bij het Agentschap voor Natuur en Bos;
  2. Het rooien van houtachtige beplanting in agrarische gebied, indien het rooien gebeurt binnen een termijn van 22 jaar na de aanplanting of spontane bebossing of 3 jaar na de laatste exploitatie van de houtachtige gewassen of spontane bebossing. Ook voor deze ontbossing is een melding aan de afdeling ADLO van het Departement Landbouw en Visserij en aan het Agentschap voor Natuur en Bos vereist.

Wat wordt er bedoeld met compensatiefactor?

De te compenseren ontboste oppervlakte moet gelijk zijn aan de ontboste oppervlakte vermenigvuldigd met een compensatiefactor. De factor boscompensatie hangt af van de ecologische waarde van het bos, waarbij de samenstelling van de boomsoorten als criterium geldt.

  • Compensatiefactor 1: niet-inheems loofbos of naaldbos, bestaande uit minstens 80% niet inheems loofhout en/of naaldhout;
  • Compensatiefactor 1,5: gemengd bos (naaldhout en loofhout), waarvan het inheems loofhout tussen 20 en 80% van het bosbestand uitmaakt;
  • Compensatiefactor 2: inheems loofbos, bestaande uit minstens 80% inheems loofhout;
  • Compensatiefactor 3: alle habitatwaardige bossen (ongeacht hun ligging)

 

Wat zijn inheemse loofboomsoorten?

Tot deze soort behoren onder andere zomereik, wintereik, es, beuk, zoete kers, haagbeuk, linde, olm, zwarte els, gewone esdoorn, wilg, ratelpopulier, grauwe abeel en berk.

 

U dient in eerste instantie zelf de compensatiefactor in te schatten. Indien bij de behandeling van het compensatiedossier blijkt dat uw inschatting over de toegepaste compensatiefactor niet correct is, zal het Agentschap voor Natuur en Bos een voorstel tot wijziging aan de aanvrager bezorgen. Het voorstel tot wijziging kan zowel in positieve zin (verlaagde compensatiefactor) als in negatieve zin (verhoogde compensatiefactor) voor de aanvrager uitvallen.

Zijn er uitzonderingen op de verplichting tot boscompensatie?

Er geldt geen verplichting tot boscompensatie voor ontbossingen die niet vallen onder de stedenbouwkundige vergunningsplicht. Dus ontbossingen ten voordele van Europees te beschermen habitats en soorten die vermeld zijn in een goedgekeurd beheerplan voor een natuurreservaat en rooiing van houtachtige aanplantingen of spontane bebossingen in het agrarisch gebied binnen een bepaalde periode, zijn dus alvast vrijgesteld van de plicht tot boscompensatie.

Voor de ontbossingen die wel een vergunning behoeven, zijn  er vier uitzonderingen op de verplichting tot boscompensatie/boscompenseren:

1. Ontbossing voor woningbouw wordt om sociale redenen vrijgesteld van de compensatieplicht voor de eerste 500m² van de ontbossing. Daartoe moeten alle volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • het kadastraal perceel moet kleiner zijn dan 12 are;
  • het perceel moet volgens het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan gelegen zijn in woongebied of in een zone met een daarmee gelijk te stellen bestemming (indien een ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg van toepassing is);
  • de aanvrager van de stedenbouwkundige vergunning moet een natuurlijke persoon zijn, d.w.z. geen rechtspersoon (bijvoorbeeld een vzw of  bvba);
  • de aanvrager heeft op de datum van zijn aanvraag niet al de volle eigendom van een woning;
  • de aanvrager heeft niet eerder van deze vrijstelling genoten.

Let op: u dient wel het formulier inzake boscompensatie in te vullen en bij uw aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning te voegen! Voormelde vrijstelling kan u aangeven in vraag 11. Bij vraag 13 kolom 7 kan u de oppervlakte van 500m² (5 are) vermelden.

2. De compensatieplicht geldt niet voor ontbossing van gronden die spontaan verbost zijn na het van kracht worden (op 8 oktober 1990) van het Bosdecreet en de leeftijd van 22 jaar nog niet hebben bereikt. Als een na 8 oktober 1990 ontstane spontane verbossing eenmaal de leeftijd van 22 jaar heeft bereikt of als de spontane verbossing dateert van voor 8 oktober 1990 (onafhankelijk van de huidige leeftijd), dan kan een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing niet verleend worden zonder compensatie.

Let op: u dient wel het formulier inzake boscompensatie in te vullen en bij uw aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning te voegen! Voormelde vrijstelling kan u aangeven in vraag 10. Bij vraag 13 kolom 7 kan u de vrijgestelde oppervlakte vermelden.

3. De compensatieplicht geldt niet voor ontbossing van gronden die gelegen zijn binnen een vergunde verkaveling waarvan de vergunning is aangevraagd na 23 maart 2001, voor zover de te ontbossen oppervlakte al gecompenseerd werd door de verkavelaar, die hiervan een attest kan voorleggen. Aanvragen tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing van een oppervlakte die gecompenseerd werd door de verkavelaar, zijn niet alleen vrijgesteld van de compensatieplicht, maar ook van het verplichte advies van het Agentschap voor Natuur en Bos. Let op: in sommige verkavelingsvergunningen werd een te behouden beboste groene ruimte vastgesteld. In de aangeduide te behouden beboste groene ruimte is de ontbossing uiteraard nog niet gecompenseerd en zal de eigenaar voorafgaandelijke een verkavelingswijziging (met inbegrip van een sluitend boscompensatievoorstel) moeten aanvragen.

Sinds het van kracht worden van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening op 1 september 2009 geldt de verkavelingsvergunning ook als stedenbouwkundige vergunning voor de ontbossing, indien die ontbossing voorzien is in de verkavelingsvergunning. (art. 4.2.17). Indien de houder van de verkavelingsvergunning de vergunde ontbossing niet heeft uitgevoerd, dan mag de individuele bouwheer op grond van de verkavelingsvergunning deze ontbossing uitvoeren, zonder daarvoor een aparte stedenbouwkundige vergunning aan te vragen. De vergunning is immers een zakelijk recht en dus verbonden aan het onroerend goed en niet aan de persoon.

In dit laatste geval dient u geen formulier inzake boscompensatie bij uw aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning te voegen.

4. Ontbossingen in uitvoering van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen, opgemaakt voor speciale beschermingszones (SBZ’s) of voor beschermde soorten op grond van het Natuurdecreet en indien de ontbossing vermeld is in een goedgekeurd bosbeheerplan. Deze bepaling heeft pas uitwerking nadat de instandhoudingsdoelstellingen per SBZ bij besluit vastgesteld zijn.